Training
& Kennis
  • Interactief 
  • Praktijkgericht 
  • Succesvol bijscholen

Is het hout geschikt om te stoken?

Bij houtverbranding is het vochtgehalte een belangrijk criterium voor de kwaliteit van de brandstof. Hoe hoger de vochtigheid, hoe moeilijker het is om de theoretische energie-inhoud in de praktijk te benutten. Tijdens de verbranding moet het water worden verwarmd en verdampt. Deze verdampingswarmte wordt onttrokken uit de verbrandingswarmte. Het resultaat is relatief lage vlamtemperaturen en een smeulende brandhaard. Als de temperaturen in de verbrandingszone laag blijven, vindt onvolledige verbranding plaats. Dit geeft niet alleen in een slecht rendement maar ook verontreinigende stoffen in de rookgassen en geuremissies.

Houtvochtmetingen

Als grenswaarde wordt aangegeven dat in verbrandingssystemen alleen brandhout toegepast mag worden waarvan het vochtgehalte minder is dan 18 procent van het droge gewicht van de brandstof. In Duitsland is het zelfs verboden om brandhout te gebruiken met een vochtgehalte hoger dan 25%. 

Om het houtvochtgehalte te bepalen, zijn er verschillende methoden, bijv. de microgolfmeting, infraroodmeting, de droogkast, de capacitieve meting en de geleidbaarheidsmeting. Deze laatste wordt toegepast bij de klassieke houtvochtmeting zoals met de Wöhler HBF 420 houtvochtmeter.

Hierbij wordt het houtvocht berekend volgens de volgende formule:

Houtvochtigheid u = massa water / massa hout (droog) * 100% 

Om het kloven van het te beoordenen houtblok te omzeilen kan het houtvocht eenvoudig en nauwkeurig worden bepaald met een inslag- of slaghamerelectrode.

De watermassa in het hout wordt bepaald door de geleidbaarheidsmeting (weerstandsmeting). De droge stof van het hout wordt bepaald door correctiefactoren. Deze worden automatisch vanuit het apparaat in de formule ingevoegd door het houttype te selecteren.

Het uitvoeren van de houtvochtigheidsmeting op houtblokken

Om een goede meting te doen zijn moeten we op 4 punten letten:

1e: Diep in het hout meten, niet alleen de buitenste schil beoordelen.
2e: Dwars op de vezelrichting meten.
3e: Het gemiddelde nemen van tenminste drie metingen.
4e: De materiaaltemperatuur moet worden bepaald.

De slaghamerelectrode dient om de testpennen voldoende diep in en uit het te beoordelen houtblok te slaan. De twee speciale testpennen kunnen tot 40 mm diep in het hout worden gehamerd. Omdat het hout vaak natter is in de kern dan aan de buitenkant, kunnen veel nauwkeurigere relevante meetresultaten worden bereikt.

De houtvochtmeting vindt dwars op de vezelrichting plaats. Voor het hameren worden de testpennen op het hout geplaatst. Met het slaggewicht op de slaghamerelectrode kunnen de testpennen eenvoudig zonder hamer worden ingehamerd en later weer worden uitgetrokken.

Selecteer vervolgens de juiste houtsoortcode (bijv. eik, berk, enz.) op de Wöhler HBF 420. Door zowel de materiaaltemperatuur als de vooraf gedefinieerde parameters van tien houtsoorten in te voeren, is de enorm hoge nauwkeurigheid van het meetapparaat gegarandeerd. 

Vervolgens kan de Wöhler HBF 420 op de slaghamerelectrode worden aangesloten en kan het houtvocht worden bepaald.

Passend Scholingsaanbod

We bieden ook praktische seminars of gratis webinars over dit onderwerp. Informatie over deze en vele andere opleidingen vindt u hier

Webinars


Ontdek nu

Met de webinars, waarvan sommige gratis zijn, kunt u vanuit uw eigen huis een overzicht krijgen van een onderwerp. Wij brengen theoretische kennis over en tonen u praktische toepassingen.

Workshops


Ontdek nu

Deze eendaagse seminars bieden u een uitgebreid inzicht in het betreffende vakgebied. Hier wordt gefundeerde achtergrondkennis overgebracht in combinatie met praktische oefeningen. Kies nu uw onderwerp!

© 2016 Wöhler Technik GmbH

Onze offerte is uitsluitend gericht aan zakelijke klanten.