Lekken in de gebouwschil leiden tot moeilijk herstelbare bouwschade en energieverlies. Niet alleen bij nieuwbouw maar vooral bij bestaande bouw is het daarom zinvol zwakke plekken te lokaliseren. Hiermee kunnen vervolgens de passende maatregelen worden genomen. Een lekdetectie in gebouwen is de beste methode om zwakke plekken te vinden.
Bij lekkages ontsnapt de warme lucht uit het gebouw of stroomt koude lucht naar binnen. Bovendien kan hierbij ongewenst vocht in de bouwconstructie binnendringen. Daardoor kan schimmel ontstaan. Bij deze lekdetectie worden de lekken met nevel, thermografie of meetgereedschap gevisualiseerd. Voor een efficiënte opsporing van lekken zijn de volgende hulpmiddelen geschikt:
Voor de lekdetectie wordt het gebouw eerst met behulp van een ventilator op ca. 50 Pa onderdruk gebracht. Vervolgens wordt de gehele constructie waaronder ramen, rolluikkasten, contactdozen enz. met het nevelpistool of de rookpen geïnspecteerd. De rookpen en het nevelpistool geven een lichte rookontwikkeling, waarmee zelfs minimale luchtbewegingen zichtbaar kunnen worden gemaakt. De lekken kunnen met afdektape snel en eenvoudig gemarkeerd worden. Lekken kunnen o.a. worden veroorzaakt door ontbrekende of slecht gemonteerde afdichtfolie, hetgeen kan leiden tot een aanzienlijke onkostenpost.
Het bepalen van de Qv10-waarde, oftewel de eigenlijke luchtdichtheidsmeting van een gebouw (ook blower-door-test genoemd) wordt pas na deze lekdetectie in het gebouw uitgevoerd.
Samenvatting: